EEHV

“Een vaccin en eff-ectieve behandeling tegen EEHV”


Dr. Tabitha Hoornweg, post-doc onderzoeker
Prof. dr. Victor Rutten, hoogleraar Veterinairy Tropical Diseases
Dr. Xander de Haan, viroloog
Drs. Willem Schaftenaar, expert adviseur


Meer kennis om
de ziekte beter te
begrijpen én bestrijden


De olifant wordt bedreigd door een haemorrhagische ziekte die veroorzaakt kan worden door het elephant endotheliotropic herpesvirus. Deze ziekte, in het kort EEHV-HD is de meest voorkomende oorzaak van sterfte bij jonge olifanten. De slachtoffers sterven vrijwel zeker en vaak al binnen 24 uur na het eerste optreden van symptomen. Hulp komt eigenlijk altijd te laat, want op dit moment bestaat er geen vaccin en geen effectieve behandeling tegen deze ziekte.

De elephant endotheliotropic herpesvirussen – waarvan acht varianten (subtypes) bekend zijn – komen al miljoenen jaren voor bij olifanten. Echter, door nog onbekende oorzaken lijkt het natuurlijke evenwicht tussen gastheer en virus de laatste tijd verstoord. Als jonge olifanten tussen de één en acht jaar oud in aanraking komen met dit virus kunnen zij ernstig ziek worden, vaak met een dodelijke afloop. De ziekte is de meest voorkomende doodsoorzaak van jonge Aziatische olifanten in dierentuinen. Hoewel er lang verondersteld werd dat deze ziekte niet voorkwam bij Afrikaanse olifanten zijn er de laatste jaren ook meerdere jonge Afrikaanse olifanten overleden aan EEHV-HD.

Ook in het wild blijkt EEHV-HD een probleem. Sinds 2003 zijn er meer dan 120 fatale gevallen van EEHV-HD bij wilde Aziatische olifanten geregistreerd. Wildlife-dierenartsen vermoeden dat het werkelijke aantal veel hoger ligt, maar diagnoses zijn vaak moeilijk te stellen, mede door gebrekkige toegang tot diagnostische hulpmiddelen.

Dr. Tabitha Hoornweg is onderzoeker bij de afdeling Immunologie en Virologie bij de faculteit Diergeneeskunde: “Het doel van ons project is het ontwikkelen van een EEHV-vaccin waarmee we fatale EEHV infecties kunnen voorkomen. Daarnaast willen wij een effectieve behandeling ontwikkelen voor de olifanten die vóór het realiseren van een vaccin, of doordat zij ongevaccineerd zijn gebleven, EEHV-HD ontwikkelen.”

Met het ontwikkelen van nieuwe, betrouwbare diagnostische testen waarmee aangetoond kan worden of een olifant antilichamen heeft tegen een of meerdere EEHV-varianten is een belangrijke stap gezet in het onderzoek. Het onderzoeksteam heeft daardoor voor het eerst kunnen aantonen dat zo goed als alle olifanten tijdens hun leven geïnfecteerd raken met (een of meerdere) EEHV (-varianten), waarna ze drager van het virus worden en aanzienlijke hoeveelheden antilichamen in hun bloed hebben.

“Bij jonge dieren kan een EEHV-infectie tot het subtype EEHV-HD leiden. Dit gebeurt zeer waarschijnlijk de eerste keer dat zij in aanraking komen met het virus. De meeste jonge dieren die overlijden aan EEHV-HD blijken dan ook  geen (of zeer lage hoeveelheden) antilichamen tegen het virus te hebben”, vertelt Tabitha Hoornweg.

Recent ontwikkelde diagnostische testen geven ook de mogelijkheid om te bepalen met welke variant een dier besmet is. Hoornweg: “Aangezien uit ons onderzoek is gebleken dat enkele dieren die overleden aan EEHV-HD wel al veel antlichamen tegen EEHV’s hadden, was het belangrijk om te weten tegen welke varianten deze antilichamen gericht waren. Met deze test hebben we uiteindelijk kunnen aantonen dat die dieren nooit antilichamen hadden tegen de EEHV-variant waar zij uiteindelijk aan zijn overleden. Dit is belangrijke informatie, aangezien we nu nog zekerder zijn dat EEHV-HD eigenlijk alleen gezien wordt bij de eerste aanraking met het virus.

Daarnaast betekent dat helaas ook dat infectie met één EEHV-variant niet per se bescherming biedt tegen een daaropvolgende infectie en ziekte veroorzaakt door een andere variant. Door het aanbieden van serologische testen aan zowel dierentuinen in Europa als partners in Azië, kunnen houders van olifanten inzicht krijgen in het risico dat hun dieren lopen op EEHV-HD. Daarnaast heeft het testen van het grote aantal dieren veel nieuwe en essentiële inzichten opgeleverd.

“Tijdens het onderzoek is een bijzondere samenwerking ontstaan met het “Elephant Transit Home” (ETH) in Udawalawe en het Pinnawala Elephant Orphanage (PEO) in Rambukkana, beiden in Sri Lanka. Beide insitituten zijn opgericht voor de opvang en revalidatie van (wilde) weesolifanten. Waar de PEO tot hun dood voor de olifanten blijft zorgen heeft de ETH als uiteindelijk doel de dieren opnieuw uit te kunnen zetten in het wild. Olifantenkalfjes tot één jaar oud lijken op natuurlijke wijze beschermd te zijn tegen een EEHV-infectie.

Dit duidt erop dat zij beschermende antistoffen meekrijgen van hun moeder. Maar het is nog onduidelijk op welke manier olifantenkalveren antistoffen van hun moeder krijgen – al in de baarmoeder of via de melk – en hoe lang deze antistoffen aanwezig blijven. Aangezien de olifantenkudde van ETH bestaat uit jonge dieren die niet meer bij de moeder drinken, is dit een zeer interessante groep dieren om onze kennis over overdracht van maternale immuniteit te verrijken en daarmee EEHV beter te begrijpen én te bestrijden.

Voor de ontwikkeling van de testen zijn er bestanddelen, waaronder virale eiwitten die het virus gebruikt om de olifant binnen te dringen, nagemaakt. Deze eiwitten zouden ook als basis voor een vaccin kunnen dienen. Of deze componenten leiden tot een werkzaam vaccin wordt in een volgend stadium onderzocht.

Om het verloop van de ziekte beter te begrijpen heeft het onderzoeksteam een speciaal type antilichamen tegen EEHV ontwikkeld. “Deze zogenaamde nanobodies hopen wij te kunnen gebruiken om te bepalen welke organen en cellen het virus infecteert. Om inzicht te krijgen in de immuunrespons in zieke en gezonde dieren hebben we recent meerdere PCR-testen opgezet. Dit is belangrijke kennis aangezien zowel een matige als een overactieve immuunrespons kunnen leiden tot ziekte, maar wel een andere behandeling vragen. Zodra meer over bekend is over het ziekteproces, kunnen wij stappen zetten om olifanten beter te behandelen tegen EEHV-HD. Mogelijk dat de ontwikkelde nanobodies hierbij ook een rol kunnen gaan spelen. Samen met onze partners, donateurs en dierenliefhebbers gaan we onvermoeibaar door met onze strijd tegen EEHV”, aldus Tabitha Hoornweg.

Dankzij de steun van het Wildlife Fund DierenPark Amersfoort, Stichting A.A.M. Bijleveld, Stichting Abri voor Dieren, Stichting Animales, Stichting Peer Zwart Fonds, TAG EAZA, Gravin van Bylandt Stichting, Diergaarde Blijdorp, ZOO Planckendael én vele olifantenliefhebbers zijn we weer een stap dichterbij in onze strijd tegen EEHV.

De enthousiaste inzet van de ambassadeurs van de campagne ‘Omarm Olifanten’ heeft ervoor gezorgd dat met de acties die zij hebben georganiseerd een gigantisch bedrag is opgehaald. Ze betrekken met de initiatieven een groot publiek waardoor het belang van de strijd tegen EEHV-HD een steeds groter bereik krijgt.